Jean Paul Belanger mankeerde niets

De achttienjarige Jean Paul Belanger was zo gezond als een achttienjarige kan zijn, toen hij in mei 1944 tekende voor het Canadese leger. Het enige bijzondere dat bij de medische keuring werd opgemerkt was een moedervlek op zijn rug.

Belanger had blauwe ogen, bruin haar; hij woog net 58 kilo bij een lengte van 1,57 meter. Wat viel er verder van te zeggen? Weinig. Jean Paul woonde nog bij zijn ouders aan de Rue Henri Julien in Montreal (Quebec, Canada). Hij werkte als assistent-scheikundige bij Canada Drug Company in Montreal. Vier jaar al, op zijn veertiende was hij er begonnen.

Hij ging na zijn indiensttreding naar het trainingskamp in Sherbrooke. Na twee weken moest hij naar het ziekenhuis. Zijn legerdossier vermeldt wel dat hij van 22 mei 1944 tot 30 mei 1944 in het militaire ziekenhuis in Sherbrooke was, maar niet waarom. Op 30 mei werd hij uit het ziekenhuis ontslagen.

Waarschijnlijk was hij daarna korte tijd uit dienst, want later werd vastgelegd dat Belanger op 5 september 1944 in dienst was gekomen. In de maanden daarna kreeg hij de vereiste vaccinaties om op het strijdtoneel in Noordwest-Europa te worden ingezet. Op 18 december 1944 werd hij ingescheept om per vliegtuig naar het Verenigd Koninkrijk te vertrekken, waar hij de volgende dag aankwam. Ruim een maand later, op 29 januari 1945 werd hij ingedeeld bij het Regiment de Maisonneuve, een Franstalig regiment.

Het regiment werd ingezet in bij het slaan van een bruggenhoofd over de Rijn. Vervolgens trokken Belanger en zijn maten noordwaarts via Terborg, Doetinchem, richting Twentekanaal bij Almen. Het regiment van Belanger werd op 5 december ingezet bij de bevrijding van het Gelderse Laren. Het Regiment de Maisonneuve kreeg tot taak het bruggenhoofd in de richting van Laren uit te breiden, zodat het regiment van de Black Watch vervolgens het dorp kon innemen.

Het liep iets minder voorspoedig. De tegenstand van de Duitse troepen was zwaarder dan voorzien. Voor Jean Paul Belanger was de Duitse weerstand fataal. Hij werd getroffen, dodelijk.

De volgende dag werd hij begraven op een grasveld in Almen, waar ook 39 maten van hem een tijdelijke rustplaats kregen. Er was een korte ceremonie waarbij legerkapelaan T.P. Tait voorging.

Zijn persoonlijke bezittingen werden naar zijn moeder gestuurd. In de korte tijd dat hij had gediend had hij bijna alleen het hoogst noodzakelijke bij zich: een sigarettenaansteker, een Waterman pennenset, een rozenkrans, brieven, foto’s, een gebedenboek en 2 munten.

Later werden de stoffelijke resten van Belanger herbegraven op de Canadese militaire begraafplaats in Holten. Hij ligt in plot III, rij B, graf 8.

© 2018 Jan Braakman

Frederick Parkinson, kleurenblind maar vol ambitie

Frederick Parkinson wilde graag een bijdrage leveren aan de strijd tegen de Duitsers. De geboren Brit woonde in Montreal (Quebec, Canada) met zijn vrouw en twee kinderen toen hij in april 1944 het leger in ging. Hij had toen al verschillende pogingen gedaan om bij de marine of de luchtmacht te worden aangenomen.

Parkinson als jonge jongen. Bron: Canadian Virtual War Memorial

Hij had zich gemeld bij de Royal Canadian Airforce, maar daar was hij geweigerd. De marine wilde hem niet aannemen omdat hij kleurenblind was. Hij deed een tweede poging bij de marine, om als stoker te worden aangenomen. Opnieuw werd hij afgewezen, omdat hij niet genoeg ervaring had.

Parkinson was als jongen door zijn vader naar het opleidingsschip Wellesley gebracht. Het schip was vooral bedoeld voor weesjongens. Parkinsons vader leefde nog, maar zijn moeder was overleden toen hij nog klein was. Zijnvader wist niet hoe hij het gezien draaiende moest houden en daarom besloot hij Frederick naar het opleidingsschip te sturen.

Na de opleiding was hij meer dan zeven jaar werkzaam in de koopvaardij. Toen hij in 1935 trouwde met Margaret Murphy ging hij aan land. Margaret en Frederick woonden in Rosemount (Quebec). Ze kregen twee kinderen: Margaret Joan (1935) en Barbara Ann (1937). Frederick werkte als machine monteur voordat hij in dienst kwam bij het oliebedrijf McColl Frontenac. Daar vervulde hij verschillende functies. Hij stapte over naar Canadian Vickers waar hij aanvankelijk schilder was, maar later als lader en losser in de haven werkte.

Bron: Canadian Virtual War Memorial

Hij was al 35 toen hij toch nog in dienst werd genomen. Niet bij de luchtmacht of de marine, maar bij de landmacht. Frederick maakte indruk. “Hij heeft de goede aanleg en de juiste instelling” schreef captain R.A. Wendt in een beoordeling. “Hij werkt hard en doet het goed bij de oefeningen.” Frederick wilde het liefst schutter zijn. “Hij is slim en heeft een militaire uitstraling”, oordeelde Wendt.

In oktober 1944 werd Parkinson verscheept vanuit Canada naar het Verenigd Koninkrijk. Het laatste oorlogsjaar was al begonnen toen Frederick op 6 januari werd overgebracht naar het strijdtoneel in Noordwest-Europa. Eind februari werd hij ingedeeld bij de Black Watch, het Royal Highland Regiment of Canada.

Zijn regiment was betrokken bij zware gevechten in het Hochwald, begin maart, toen bij Rees (Duitsland) een bruggenhoofd over de Rijn werd gerealiseerd. Daarna kon het regiment in de omgeving van Nijmegen op adem komen. Eind maart, begin april begon het regiment de opmars naar het noorden, via Terborg, Doetinchem, Hummelo, richting Twentekanaal bij Almen. Nadat ze het kanaal waren overgestoken zou het Regiment de Maisonneuve het bruggenhoofd uitbreiden richting het Gelderse Laren, zodat het regiment van de Black Watch daarna de aanval op 5 april 1945 op Laren konden overnemen.

Bron: Virtual War Memorial

Het werd een onverwacht harde strijd, waarbij de Black Watch het zwaar te verduren kregen. En voor Parkinson sloeg het noodlot toe.

Parkinson werd geraakt. Hij raakte zwaar gewond aan zijn hoofd. Een kogel had hem precies op zijn kruin geraakt. Hij had een gapende wond bovenop zijn schedel. Maar hij leefde nog. Hospiks noteerden om zeven uur ’s avonds een polsslag van 42 slagen per minuut en een hoog ademhalingsritme van 28 ademhalingen per minuut. Hij was bewusteloos. Ze gaven hem een anti-tetanus-serum en lieten hem afvoeren naar het ziekenhuis in Nijmegen. Toen hij daar om elf uur ’s avonds aankwam was Parkinson overleden.

Frederick Parkinson werd tijdelijk begraven vlakbij het ziekenhuis in Nijmegen. Later kreeg hij een definitieve rustplaats op de Canadese militaire begraafplaats in Groesbeek: plot V, rij E, graf 4.

Source: Library and Archives Canada; Ottawa, Canada; Service Files of the Second World War – War Dead, 1939-1947; Series: RG 24; Volume: 26760

©2018 Jan Braakman

Donald Morrison, gesneuveld vlak voor het eind van de oorlog

Donald Morrison and Nan Swinton kenden elkaar amper anderhalf jaar, toen ze in december 1943 besloten te trouwen.

Donald as a young child at Silver Mine, his grandfather Donald MacDonald’s farm. Bron: Wendy MacDonald

Donald was geboren als zoon van Schotse ouders die met hun ouders naar Canada waren geëmigreerd. Hij had drie zussen die nog bij zijn ouders woonden in Sydney, Nova Scotia, Canada. Zijn vader werkte in de haven: laden en lossen.

Morrison ging in dienst op 1 mei 1942 in de plaats New Glasgow in Nova Scotia. Daarvoor was hij werkzaam geweest als monteur van koelinstallaties en airconditionings. De Schots-Canadese Donald vertrok in juli 1942, twee maand nadat hij in het leger was gegaan, al naar Europa, waar hij in de buurt van het Schotse Glasgow bij het 17th Duke of York (Royal Canadian) Hussars Regiment was gelegerd.

Donald Morisson en Nan Swinton op hun huwelijksdag. Bron: Stewart Swinton

Vlak daarna kwam hij in contact met Nan Swinton, die voluit Agnes Edward Fyffe Swinton heette. Zij was dochter van een politieman in Glasgow. Ze werkte als typist bij de luchtmacht (Women’s Auxiliary Air Force). Zij was vier jaar jonger dan Donald. Ze trouwden op 23 maart 1944. Drie maand later werd hij verscheept naar Frankrijk, waar hij werd ingezet bij de bevrijding van het Europese vasteland.

Cpl Donald Morrison; Oct. 5, 1920- May 4, 1945. Bron: Wendy MacDonald

Zij schreef hem regelmatig, en hij haar. Een van haar brieven hield hij constant bij zich, had hij geschreven aan zijn Nan. Dinsdag 1 mei 1945 pakte Nan haar vulpen en een luchtpostvel van het leger om haar ‘Donny’ te schrijven. “Behalve dat ik constant naar je verlang, mijn liefste, voel ik me top; iedereen is in goed humeur (ik ben geen uitzondering) en vraagt zich af hoe lang de Mof het volhoudt tegen ons. Liefste, ik weet zeker dat we niet veel langer ver van elkaar zullen zijn. Ik verlang er wanhopig naar voor altijd bij je te zijn, dat je me thuis alle plekken laat zien . . . om gewoon ‘de heer en mevrouw’ te zijn.”

Ze sloot haar brief af met: “Ik zie je snel liefste Donny. God bless you my own, your ever loving wife. Nan.”

Het was haar laatste brief aan hem. En waarschijnlijk heeft hij hem nooit gelezen. Cpl Donald Morrison sneuvelde drie dagen nadat Nan haar lieve woorden had geschreven.

In de war diary van zijn regiment is beschreven hoe Morrison om het leven kwam. “As a patrol approached the bridge at MR 998410 it was blown and the enemy opened fire from across the Ems-Jade Canal. In this skirmish Cpl Morrison was killed and Sgt Dabbs later died of wounds. At 1430 hrs an envoy under a flag of truce, purporting to be from the garrison comdr at Aurich was conducted to 8Cdn Inf Bde H. The Squadron [A] was ordered not to cross the canal.”

Cpl Morrison werd dodelijk getroffen in schermutselingen die ontstonden nadat de Duitsers een brug over het Ems-Jadekanaal hadden opgeblazen. Sgt Harold Dabbs, werd zo ernstig verwond, dat hij later aan zijn verwondingen overleed.

Vlak daarna kwam een Duitse gezant met een witte vlag namens de garnizoenscommandant van de vijand in Aurich. Daarop werd besloten het kanaal niet over te steken. Enkele uren later kwam het bericht dat een wapenstilstand tussen Duitsland en de geallieerden zou zijn overeengekomen.

Morrison werd tijdelijk begraven bij de kerk in het plaatsje Aurich (Duitsland). Een paar dagen later was de oorlog in West-Europa definitief voorbij.

Nan ging in 1945 naar Canada, om de ouders van haar geliefde Donny te ontmoeten. Ze besloot in Canada te blijven en hertrouwde later met William Eden. Ze overleed in 1999.

In maart 1946 werden Donalds stoffelijke resten in Aurich opgegraven en herbegraven op de Canadese Militaire Begraafplaats in Holten. Donald Morrison ligt in plot XII, rij A, graf 2.

Bronen: Library and Archives Canada; Ottawa, Canada; Service Files of the Second World War – War Dead, 1939-1947; Series: RG 24; Volume: 26659; Wendy MacDonald; Stewart Swinton

© 2019 Jan Braakman