Op 16 april 1945 reed een Canadese carrier over de dijk bij Wijhe (Overijssel). De Universal Carrier (ook wel bren gun carrier genoemd) reed heen en weer aan de oevers van de IJssel, met geen ander doel dan de Duitse vijand uit te lokken te gaan vuren.
De commandant in de carrier was Lieutenant Frank (Francis Wilfred) Doyle van de Cameron Highlanders of Ottawa. Zijn peloton had de taak om de Duitsers in bedwang te houden. Het peloton had te maken met hevige mortieraanvallen en kwam onder vuur van machinegeweren. Maar de Duitsers zaten verscholen. De Canadezen konden niet vaststellen waar ze zich hadden verschanst. Daarom reed Doyle met zijn carrier open en bloot over de IJsseldijk. De tegenstander hapte. De carrier werd beschoten. En vervolgens konden de Canadezen de Duitsers uitschakelen. Die actie had zonder twijfel voorkomen dat zijn peloton onder zwaar vuur zou komen mat alle slachtoffers van dien.
Het was maar een van de opmerkelijke acties die Lieutenant Doyle uitvoerde als commandant van het #3 Platoon van de Cameron Highlanders of Ottawa.

Doyle was op 5 juni 1916 geboren in Ottawa. Hij was getrouwd met Gertrude. Frank had in 1934 al gediend bij de Cameron Highlanders of Canada. Het was dus logisch dat hij in september 1939 opnieuw tekende voor dat regiment. Hij woonde toen met zijn vrouw in een appartement in Ottawa. Hij doorliep de rangen en promoveerde van corporal naar sergeant en later van sergeant naar lieutenant. Hij werd getypeerd als een slimme harde werker, die met veel praktische ervaring alleen maar beter zou worden. In december 1943 werd hij verscheept naar het Verenigd Koninkrijk. En op 12 juni 1944 betrad hij het Franse strijdtoneel.
Hij werd commandant van zijn peloton op 24 november 1944 en bleef dat tot 22 april 1945, toen hij in Groningen sneuvelde.
Doyle bewees dat hij “an extremely courageous leader” was, schreef Major J.M. Lambert in augustus 1945 toen hij Doyle voordroeg voor een militaire onderscheiding.
“”Bij één gelegenheid, nabij Calcar in Duitsland, nam deze officier 14 Duitse paratroepers gevangen. Zijn enige metgezellen waren op dat moment een sectiecommandant en een chauffeur-operator. De vijand had zich verschanst in een versterkte boerderij. Na een kort gevecht naderde deze officier de vijand en dwong hen tot overgave.”

Dat gebeurde op 16 februari 1944.

De War Diary van het regiment vermeldt: “Lt Doyle with one section comd and 2 ORs while recce’ing a/m posn at 1600 hrs today dug 14 German paratroops (armed) out of the farm house at this posn. The Germans did not fight.”

Zijn heldhaftige inzet gaf de mannen onder zijn commando moed en steun, schreef Lambert.
De majoor memoreerde ook Doyles laatste inzet, eind april 1945.

“Het laatste deel van april 1945 werd besteed aan het zuiveren van het gebied ten noordoosten van Groningen. Tijdens deze operatie ondersteunde 3e peloton de Royal Winnipeg Rifles in vele hevige gevechten. De laatste aanval van deze operatie was de opmars naar de Nederlandse haven Delfzijl. Lieutenant Doyle rukte met zijn pantserwagen ver naar voren op om een ​​machinegeweerpositie te verkennen. Hij reed een weg op die niet ontmijnd was en werd daardoor opgeblazen en gedood.”

In de War Diary van de Cameron Highlanders staat op 22 april 1945:

“The Bde is being relieved by the 5th Cdn Div and we are to pass on to another job. There RWR (Royal Winnipeg Rifles) advanced on and captured to town of APPINGEDAM. 3 Pl assisted in this show and had an exciting day as the enemy evidently possesses a great deal of guns. Lt Frank Doyle, Pl Cmd of 3 Pl was killed when his carrier went over a mine. This Officer will be greatly missed by his Pl and his Coy. It is tragic that this should happen at this stage of the game. He did his duty to the and ans was a real Cameron Officer.”

De opgeblazen carrier met de lichamen van Doyle en Pte Barnaby bleef twee dagen liggen. Een poging van de compagniescommandant, de volgende dag, om de lichamen te bergen, lukte niet vanwege het hevige Duitse vuur.

Lambert schreef later dat Doyle voortdurend toegewijd en plichtsgetrouw was.

Hij verdiende volgens Lambert “the undying respect of all who were associated with him. As Lt. Doyle’s Company Commander I recommend hem for an award for gallantry ion the face of the enemy.” (“De constante toewijding aan zijn plicht en zijn persoonlijke moed hebben deze officier het eeuwige respect opgeleverd van iedereen die met hem verbonden was. Als compagniecommandant van luitenant Doyle beveel ik hem aan voor een onderscheiding voor moed in het aangezicht van de vijand.”)

Ondanks de aanbeveling van zijn meerdere kreeg Doyle geen onderscheiding. Evenmin als private Barnaby, die tegelijk met hem sneuvelde in the carrier.

Doyle’s vrouw Gertrude Aldene Doyle bleef alleen achter in haar appartement.

Doyle werd aanvankelijk begraven op een tijdelijke begraafplaats in Winschoten. In juli 1946 werden zijn stoffelijke resten bijgezet in een definitief graf op de Canadese Begraafplaats in Holten. Doyle ligt in plot 11, rij G, graf 6.

Bronnen:

  • War Diary Cameron Highlanders of Canada (Machine Gun) – Library and Archives of Canada; Royal Canadian Infantry Corps – war diaries; RG24-C-3 Volume Number 15029
  • Library and Archives Canada; Service Files of the Second World War – War Dead 1939-1947 Series RG 24; Volume 30526

© 2026 Jan Braakman

 

Frank Doyle. Bron: Informatiecentrum Canadese Begraafplaats Holten