Gerald Walter Barnaby (geboren 3 januari 1919) was een ervaren soldaat, toen hij op 22 april 1945 sneuvelde. Barnaby, geboren in Eastview, Ontario, Canada, was erbij toen de Canadese troepen op 6 juni 1945 landden op de stranden van Normandië.
Hij was lang van huis. Hij nam dienst in mei 1940 en amper een jaar later reisde hij via IJsland naar Schotland. Daar leerde hij Marion Young kennen uit Balerno, Medlothian,Schotland, huishoudster van beroep. Marion en Gerald trouwden op 22 juli 1943. Volgens de huwelijksakte waren ze respectievelijk 18 en 24 jaar oud. Op de officiële aanvraag voor het huwelijk, die Gerald moest indienen bij de legerleiding, was Marion twee jaar ouder. Volgens dat formulier was Marion geboren op 3 september 1922.
Na ruim een half jaar te hebben gevochten op het Europese vasteland, kreeg Gerald in maart 1945 negen dagen verlof. Hij gebruikte de vrije dagen voor een bezoek aan zijn vrouw. Op 30 maart, ruim een week nadat hij verlof had gekregen, meldde hij zich weer bij zijn regiment. Drie weken later was hij gesneuveld. Toen wist hij nog niet dat zijn vrouw zwanger was.
Gerald was zoon van Octave Barnaby en Cora Barnaby-Scot. Zijn moeder was overleden en hij was grootgebracht door zijn oudere zuster Gertrude Scharf. Gertrude schreef in een brief aan de legerleiding dat zij als oudste zuster de zorg over haar kleine broer op zich had genomen na de dood van haar (stief-)moeder.
Zij was aanvankelijk ook door Gerald aangewezen als eerste erfgename.
“In the event of my death I give the whole of my property and effects to my sister. Mrs Gertrude Scharfe” Was getekend Gerald W. Barnaby, 23 augustus 1940.
Maar dat veranderde hij later:
“In the event of my Death I give the whole of my property and effects to my wife Mrs Marion Barnaby, 14 Deanpark, Balerno, Medlothian.” Was getekend Gerald Walter Barnaby, 3 juni 1944.
Marion kreeg in augustus 1945 Ca$ 1160,59 uitgekeerd. Dat kon ze goed gebruiken, met een kind op komst.
Gertrude vond dat zij als oudste zuster en pleegmoeder eigenlijk de onderscheiding moest krijgen, die alle moeders van omgekomen soldaten kregen. “Als zijn eerste erfgename, heb ik recht op het kruis, tenslotte nam ik de plaats in van zijn moeder. Ik weet dat zijn vrouw een medaille zou moeten ontvangen. Maar mij is verteld door verschillende teruggekeerde mannen, dat ik ook een kruis zou moeten krijgen, omdat ik als een moeder voor hem was nadat zijn moeder was overleden.” Marion was ondertussen naar Canada gereisd. Ze trok met haar zoontje Gerald in bij haar schoonzuster Gertrude in Ottawa.
Gerald Barnaby had al veel meegemaakt in Europa, toen hij op 22 april 1945 met Lieutenant Doyle in een carrier op een mijn reed in de omgeving van Winschoten. De twee soldaten waren op slag dood. Toen hun pelotonscommandant een dag later probeerde de stoffelijke overschotten te bergen, moest hij zich terugtrekken vanwege hevige Duitse beschietingen. Later werden de lijken alsnog geborgen. Doyle en Barnaby werden tijdelijk begraven in Winschoten. Later kregen ze een graf op de Canadese Begraafplaats in Holten. Barnaby ligt in plot 10, rij F, graf 15.
Marion liet op de grafsteen in Holten een tekst plaatsen:
No matter what I do
I’ll always long for you
All my love
Marion and Baby Gerald
Bronnen
- Library and Archives Canada; Ottawa, Canada; Service Files of the Second World War – War Dead, 1939-1947; Series: RG 24; Volume: 25387
- Library and Archives Canada; Department of National Defence fonds; War diaries- Second World War; Royal Canadian Infantrry Corps – war diaries; Cameron Highlanders of Ottawa, Canadian Active Service Force, RG24-C-3, Volume number: 15164, File number: 193
© 2026 Jan Braakman
