Inferno van Friesoythe

Een boerenschuur bij Friesoythe met onder de kap de lichamen van Fred Wigle en Cec French. Houtskoolschets van Pte F.T.V Savard. Bron: Robert Fraser – Black Yesterdays; The Argylls’ War.

De een was luitenant-kolonel,  de ander gewoon soldaat. Ondanks het verschil in rang lagen ze op zaterdag 14 april 1945 zij aan zij in een schuur aan de rand van de Duitse plaats Friesoythe. Hun stoffelijke overschotten gewikkeld in lakens. 

Soldaat F.T.V.  Savard maakte er een houtskoolschets van.  Omhoogstekende laarzen markeren en de positie van een van de twee lichamen. Het zijn de laarzen van lt col Fred Wigle. Links daarnaast nog een verhoging op de vloer van de schuur – het tweede lichaam. Dat is het stoffelijk overschot van Pte Cecil (Cec) French. De commandant van de Argyll & Sutherland Higlanders (Wigle) en een van zijn manschappen (French).  

Luitenant-colonel Frederick Ernest Wigle is in rang de hoogste militair die op de begraafplaats in Holten is begraven. Pte Cecil French behoort tot de  laagsten in rang, die in Holten liggen.

Cecil French was een jonge jongen die het niet gemakkelijk had toen hij opgroeide. Zijn vader maakte het hem moeilijk, sloeg hem, om niets, vertelde Cecils broer Jack French in 2019. Jack: “Ik was tien jaar jonger en ik hoorde dat Cecil werd geslagen, om niets. Toen hij zestien was kwam hij sterk genoeg om voor zichzelf op te komen. Toen stopte zijn vader.”

Cecil H. French. Foto: Informatiecentrum Canadese Begraafplaats Holten

Toen Cecil 17 was verliet hij het ouderlijk huis en ging het leger in.

Cecil was een graag geziene jongen. Hij had thuis in Hamilton (Ontario) een vriendin, met wie hij al min of meer verloofd was. Hij had haar al een ring gegeven. Maar na verloop van tijd realiseerde hij zich dat hij misschien niet de juiste keus had gemaakt. Eenmaal in Europa bleef zijn verschijning niet onopgemerkt. Hij had vriendinnen in Engeland, en later, toen hij in de buurt van Roosendaal (Noord-Brabant) was gelegerd, kreeg ene Jeannette Heemskerk een oogje op hem.

Foto’s van haar lagen op tafel,  toen Jack over zijn broer vertelde. De foto’s waren gemaakt na de oorlog, toen een oudere broer van Jack in Nederland op bezoek was geweest. Hij had Jeannette ontmoet. Hij was ook in Holten geweest bijom het graf van Cecil . Kleine zwartwit foto’s ter grootte van een postzegel in een lederen albumpje herinneren aan dat bezoek. De foto’s tonen een kaal en leeg ereveld met witte metalen kruisen. 

Jack liet een medaille zien.  “Deze medaille kreeg hij toen hij aan een schietwedstrijd had meegedaan in Engeland. Hij had nog nooit zoveel hoge officieren bij elkaar gezien als op die dag. En hij was trots dat hij tot de beste vijf schutters van de dag hoorde.”

Het briefje dat Cecil (‘Cece’) aan zijn moeder schreef in het doosje met de medaille ligt op tafel. “Bewaar de medaille goed”, schreef Cece, “Misschien, als de oorlog voorbij is en ik weer thuis kom, kan ik de medaille dragen.”

Cecil kwam echter niet thuis. Evenmin als zijn commandant Fred Wigle.

Wigle was getrouwd – zijn vrouw en zoon woonden in Farnborough, Ontario, Canada. Maar sinds 1943 had hij een Britse vriendin, Lady Diana Dixon. Het was duidelijk dat de huwelijkse verbintenis broos was geworden in de lange periode dat Wigle zijn vrouw en zoon niet meer had gezien..

Frederick Ernest Wigle
Frederick Ernest Wigle

Wigle was de oogappel van algemeen bevelhebber major general Chris Vokes.

Wigle had zich als een strategisch slim militair doen gelden in de staf van de 4th Canadian Armoured Division. Vokes had er mede voor gezorgd dat Wigle als carrieremilitair zonder noemenswaardige gevechtservaring het commando kreeg over het Argyll & Sutherland Highlanders regiment. De manschappen stonden aanvankelijk sceptisch tegenover Wigle, ook omdat hij in de plaats kwam van de populaire Robert Donald (‘Pete’) MacKenzie. Die scepsis verdween later, toen Wigle zich een kundig en moedig bevelvoerder toonde. Hij werd in  werd onderscheiden met de Distinguished Service Order voor zijn optreden in het Hochwald (eind februari 1945), waar hij in de voorste linies indruk maakte en er voor zorgde dat zijn bataljon, onder grote druk van de vijand, stand hield in een situatie die zelfs voor verse troepen extreem moeilijk zou zijn geweest, laat staan voor een bataljandat al 48 uur in touw was, zo stond vermeld in de aanbeveling voor de DSO-onderscheiding. Dat hij taktisch en strategisch sterk was, betekende echter niet dat hij bij al zijn manschappen geliefd was. Integendeel. .  .

Op de avond voor de actie in Friesoythe schreef Wigle een brief aan zijn vriendin in Engeland. Lady Diana Dixon herinnerde zich enkele maanden later dat hij had geschreven dat het mogelijk zijn laatste brief zou zijn, maar dat hij dan in goed gezelschap zou zijn van vele dappere jongens die met hem gingen. Zij vond de brief helemaal niet “des Freddy’s”.

14 april 1945 zou de geschiedenis ingaan als de zwartste dag van Friesoythe. Het merendeel van de 4000 inwoners had de plaats in de dagen voor de 14e april verlaten. Duitse luchtmachttroepen (paratroepen), naar schatting van de Canadezen zo’n 500 man, bleven de stad verdedigen.

Friesoythe lag strategisch op de weg naar de havens in het noorden van Duitsland. De opmars van de 4th Canadian Armoured Division werd bemoeilijkt door de terreinomstandigheden, die de grootschalige inzet van tanks op de slappe bodem niet toestonden. De opmars moest via de hoofdwegen plaatshebben. De Canadezen hadden het Dortmund-Emskanal bij Meppen overgestoken, net ten oosten van Coevorden langs de Nederlandse grens.

Het Küstenkanal, de scheepsverbinding tussen de stad Oldenburg en het Dortmund-Emskanal in Noordoost-Duitsland, vormde een andere belemmering voor de geallieerde troepen in hun opmars naar het noorden. De weg naar een belangrijke brug over het kanaal liep via Friesoythe. Het Lake Superior (Motor) Regiment had al geprobeerd om via de hoofdweg Friesoythe binnen te tikken. Maar de Duitse weerstand was zo groot geweest, dat de Lake Superiors zich hadden terug getrokken. Er moest een nieuw plan worden getrokken.

Major General Chris Vokes liet zich door brigadier Robert Model overtuigen dat de slimste manier om Friesoythe te veroveren niet was via een frontale aanval, maar door een sluipende omsingeling.

Om zes uur in de avond werd het plan voor de verovering van Friesoythe aan de manschappen van de Argyll & Sutherland Highlanders ontvouwd.

Het plan was als volgt: Het Lake Superior (Motor) Regiment moest de aandacht van de Duitse troepen trekken met een schijnaanval via de hoofdweg. Tegelijkertijd maakten de Argyll & Sutherland Highlanders een omtrekkende beweging aan de oostzijde van Friesoythe, om de Duitse verdediging in de flank te treffen. Lieutenant-Colonel Fred Wigle vond het een gewaagd maar kansrijk plan en hij besloot in de dekking van het nachtelijk duister op te trekken door een ruw veenlandschap. Bij het ochtendgloren zouden de Argylls Friesoythe bestormen en innemen.

Verkenners markeerden de te volgen route met witte lintjes. De linten konden de Canadese plannen verraden, mocht een Duitse patrouille ze opmerken. Maar Wigle zat daar niet over in. Hij hechtte meer belang aan een goede radioverbinding. Hij maakte geen gebruik van de normale draagbare draadloze radioinstallaties, maar hij had een radio uit een voertuig laten halen en op een draagbaar gemonteerd. De baar moest door twee man worden gedragen.

Vlak voordat de troepen naar het startpunt ten oosten van Friesoythe werden gebracht, schreef Wigle ook nog snel een briefje aan zijn ouders. “Dit kan mijn laatste brief zijn. Ik hoop van niet, maar ik begin nu aan een risicovolle zaak en de kans bestaat. Hoe het ook zij, u weet dat ik van u houd – heb ik altijd gedaan en blij ik altijd doen. Moge God u zegenen.”

In de vroege ochtend van 14 april vestigde Wigle zijn tactisch hoofdkwartier in een eenvoudig huis aan de rand van Friesoythe. De actie verliep voorspoedig. Om vijf over half zeven waren drie compagnies (B, C en D) tot in het centrum van Friesoythe doorgedrongen. Het tactisch hoofdkwartier bleef aan de rand van de plaats en raakte enigszins geïsoleerd van de rest van de troepen. Lieutenant Alan Earp herinnerde zich later (in 1984) dat het een heel gewoon huis aan de rand van Friesoythe was, waar ze zich hadden gevestigd. Een huis met een kelder, waarin al een aantal Duitse krijgsgevangenen werden vastgehouden. Ondertussen

Dat zou geen probleem geweest zijn als er niet twee pelotons Duitse eenheden over het hoofd waren gezien. In de ochtendmist dacht Wigle in de verte de soldaten van de Lake Superiors te ontwaren. Hij stuurde een verkenner om contact te leggen. De mannen in het hoofdkwartier volgden de verkenners. Private William Patrick van het Signals Platoon: “Ik keek uit het raam in de richting van de weg die ze liepen. Toen opeens Agen we de handen omhoog gaan. Dan wist je wat gaande was. En toen kwamen de Duitsers onze kant op.”

De twee Duitse pelotons waren onopgemerkt gebleven bij de nachtelijke tocht door Friesoythe. Hoe het vuurgevecht begon is niet duidelijk. Patrick Willaim keek er later in een interview op terug: “Als Wigle niet die verkenner op pad had gestuurd, zouden de Duitsers ons gepasseerd hebben. Ze liepen langs ons en we lieten ze gaan. Ze passeerden ons voertuig – niet dichtbij, maar wij konden hen zien en zij sloegen geen acht op wat er voor hen kon uitzien als een uitgebrand voertuig. (…) Iemand in het huis opende het vuur en toen begonnen ze te rennen en beantwoorden ze het vuur.”

De Duitsers waren niet van plan zich zonder slag of stoot over te geven en zetten de aanval in op het hoofdkwartier. Ze gooiden een granaat in de bovenverdieping. De explosie werd de soldaten Cecil French en John Brown van het Pioneer Platoon fataal.

Wigle, gealarmeerd door de explosie liep naar de bovenverdieping, kennelijk om poolshoogte te nemen. Alan Earp was in de buurt en zag wat er gebeurde: Met een machinegeweer werd het vuur geopend op het hoofdkwartier. Wigle werd in zijn borst getroffen. Earp kreeg een kogel door zijn hoofd. Wigle was praktisch meteen dood. Earp overleefde het wonderbaarlijk genoeg en was ruim een week later al in staat om in het ziekenhuis in Engeland de vriendin van Wigle te vertellen over de omstandigheden waaronder haar vriend was omgekomen.

De dood van Wigle maakte majoor-generaal Chris Vokes (bevelhebber van 4th Canadian Armoured Division) furieus. Vokes was zo kwaad toen hij hoorde dat zijn oogappel notabene door een burger was omgebracht, dat hij tot een drastisch besluit kwam. Zijn reactie was mede ingeegeven door het feit dat enkele dagen eerder burgers hadden geschoten op soldaten van het Lincoln and Welland Regiment en de Lake Superiors. Als vergelding aan de bevolking had hij toen enkele huizen in het centrum van de Duitse plaats Sogel met de grond gelijk gemaakt. 

Na het incedent met Wigle besloot Vokes om zich op Friesoythe te wreken. “Sommige bevelen moet je niet op schrift stellen”, schreef Vokes daar later zelf over.

Vlammenwerpers zetten de gehele stad in vuur en vlam. Zelfs Canadese troepen die hun intrek hadden genomen in huizen, werden overvallen door het werk van hun landgenoten. Het inferno maakte ook burgerslachtoffers, al hadden verreweg de meeste inwoners de stad al verlaten voordat de gevechten begonnen.

Toen na de oorlog de schade in Duitsland werd geïnventariseerd, bleek Friesoythe relatief de zwaarst getroffen Duitse plaats, waar ongeveer 90% van de gebouwen was verwoest of zwaar beschadigd. 

Vokes noteerde: “Friesoythe werd met de grond gelijk gemaakt. We gebruikten het puin om de wegen begaanbaar te maken voor onze tanks.”

Dat achteraf bleek dat Wigle niet door Duitse burgers, maar in een militair treffen was gedood, noemde Vokes ‘ongelukkig’. Hij schreef veertig jaar later dat hij nog steeds ‘nauwelijks wroeging had over de eliminatie van Friesoythe’.

 

 

 

Bronnen:

  • Robert L. Fraser; Black Yesterdays The Argylls’ War (Hamilton, 1996) [hoofdstukken 13 ‘To Victory’ en 16 ‘The Wounded & the Dead’]
  • Mark Zuehlke; On to Victory; (Vancouver, 2010) [Hoofdstuk 20 A Stern Atonement]
  • Vokes, Chris with Maclean, John P; Vokes – My Story (Ottawa, 1985)
  • Interview met Jack French (ICB/RTV Oost, 2019)

 

Gepubliceerd door

Jan Braakman

Jan Braakman is journalist en schrijver. Hij publiceert regelmatig korte biografische schetsen van geallieerde soldaten die in Nederland gesneuveld of begraven zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.